Er was eens een aap die uit de dierentuin wou.
De aap was al 65 en wou met pensioen.
Maar dat mocht niet van de baas van de dierentuin.
Dus bedacht aap een plan om te ontsnappen.
De aap wist al dat sommige mensen denken dat de aap afstamd van de mens.
Dus hij ging de kooi uit en ging tussen de mensen lopen.
Maar de mensen zagen en roken het verschil.
Aap was voor het laats in bad geweest in 1930 terwijl hij in 1941 geboren was.
Z'n moeder was een aap en zijn vader ook.
Dat vond Aap raar.
Maar Aap werd ontdekt en hij zette het op een stink lopen.
De achtervolgers werden vergast en aap kwam de dierentuin uit.
Aap liep door de straat en vroeg zich af: Waarom kan ik het bord niet kan lezen?
Wat een rare naam voor een straat.
Aap liep verder.
Hij ging een verkleedwinkel binnen.
Hij zocht een mensenpak.
Maar de verkoper had alleen een opblaaspop die daar op leek.
Dus aap deed de opblaaspop aan .
Hij liep dus zonder kleren in een opblaaspop over straat.
Iedereen keek hem aan.
Aap rende snel door en ging naar het bos waar 1 boom stond.
Aap klom erin.
Maar hij kende deze rare bomen niet.
Het waren geen bomen maar houten balken.
Dus Aap ging naar een kaartenshop en kocht er een kaart.
Op die kaart stond iets wat op andere kaarten ook staat.
Er staan dingen op.
Aap zoekt het bos.
Hij heeft het gevonden en loopt erheen.
Maar als hij er is ziet hij iets heel anders.
Dan ziet Aap dat de kaart verkeerd om was.
En toen liep hij naar het echte bos.
En ging in een boom wonen.
Op een dag dat Aap in zijn boom zat, werd het bos omgekapt.
Aap maakte dat hij weg kwam.
Maar zijn staart bleef haken achter een blokje kaas.
Het aapje at het blokje kaas op en rende weg.
Hij ging naar een ander bos.
En daar leefde hij niet lang meer want hij was al oud.
Einde.