Er was eens een nutteloze leraar.
De leraar gaf les maar dat was al heel nutteloos.
Op een dag dat de leraar vervelende kindjes les aan het geven was...
Gebeurde er iets vreemds.
De leraar had het over geschiedenis.
Toen kwamen er alians uit de toekomst.
De alians vroegen de weg naar mars.
De leraar stuurde ze naar het hoofdkantoor van mars.
De mars alians waren verbaasd.
Ze vonden het helemaal niet op mars lijken!
Het was bruin, zacht en je kon het eten!
Fe alians vroegen wat het was.
De directeur zei trots: ''Dat is nou een mars''.
Een mars? Vroegen de alians.
Ja die kun je eten!
''Oooo!'', Zeggen de alains we moeten naar de planeet Mars.
De directeur zei: ''Dan moet 3e deur rechts''.
De mars mannetjes lopen naar de derde deur en gaan naar binnen.
Er staat een...
Ze weten niet wat het is en vragen het.
De man zegt: ''Dat is een mars''.
''Dat daarnaast is een shuttel, daarnaast een badminton racket en daarnaast...
3 uur later...
En daarnaast staat een space shuttel daarmee kan je naar mars.
De alians stappen in en vertrekken.
Toen ze op Mars landen zagen ze iets mafs.
Het was een grote kale planeet.
De alians denken nee we zijn verkeerd.
Dus gaan ze weer in de racket en vliegen naar de aarde.
Maar die is weg!
Er staat een bordje waarop staat: ''Op vakantie, terug over 3 maanden.
De alians pakken hun tijdmachines en gaan terug naar hun eigen tijd.
Ze kwamen terug in de klas waar de leraar nog steeds les aan het geven is.
De kinderen zijn inmiddels inslaap gevallen.
Dat denkt de leraar teminste.
Maar het zijn gewoon plaatjes en de kinderen zijn al lang weg.
Behalve, o nee die was ziek.
Toen ging de schoolbel.
Niemand gaat weg.
De leraar denkt dat ze het intressant vinden en gaat veder met de les.
De leraar stopt nu met het verhaal dat nergens over ging
en zegt dat ze nu naar huis mogen of op hun plaats mogen wachten.
De leraar gaat de klas uit en gaat naar de leraren kamer.
Maar er blijkt niemand te zijn.
Hij kijkt op zijn horloge.
Het is al 8:30 dus hij is in de nacht door gegaan.
Hij vraagt aan de directeur of hij daarvoor meer geld mag.
De directteur zegt: ''Ja natuurlijk!''.
Hier heb je 1 cent.
De leraar is zo dom dat hij denkt dat het heel veel is en gaat op vakantie.
Hij gaat een reis naar Mars maken.
Hij kwam nooit terug en o ja hij kwam nooit aan.

Einde van de nutteloze leraar.